Het Wapen van Amsterdam | Het verhaal

 

De Oosterkerk, al bijna 350 jaar een monument in Amsterdam

De Oosterkerk

De Oosterkerk is een gereformeerde kerk op Wittenburg, een van de Amsterdamse Oostelijke Eilanden, niet ver van het huidige Scheepvaartmuseum. In deze buurt vond in de zeventiende eeuw veel maritieme bedrijvigheid plaats. Zo liet de VOC, het destijds grootste handelsbedrijf ter wereld, hier de meeste van haar schepen bouwen.

De Oostelijke Eilanden rond 1782 op een kaart van Gerrit de Broen, met bovenin de locatie van de Oosterkerk en onderaan de verbinding met de wereldzeeën, Het IJ

De hardwerkende lieden op en rond de Eilanden kwamen van oudsher in een houten preekschuur bijeen voor de kerkdienst. Toen deze tijdelijke kerkschuur plaats moest maken voor een nieuw te bouwen sluis, de Rapenburgersluis, vond men het tijd voor een stenen, gereformeerde kerk. De vroede vaderen gaven aan stadsarchitect Daniël Stalpaert de opdracht om een kerk voor de Eilanden te ontwerpen en na goedkeuring van het ontwerp liet de Vroedschap op 4 juli 1669 weten dat men besloten had ‘een kerck op Wittenburgh te maken, bij Daniel Stalpaert op papier gebracht’ en dat men ‘volgens ’t zelve concept een kerck aldaar behoort te doen bouwen deur den kerckmeesteren’. De opdracht voor de bouw ging naar stadsbouwmeester Adriaan Dortsman en exact drie maanden later werd de eerste steen gelegd. Ook de brandschilderingen werden opgeleverd en de kerk ging in 1671 in bedrijf. Men had er geen slechter moment voor kunnen uitkiezen.

Het Rampjaar 1672

In de zeventiende eeuw heerste volop bedrijvigheid op de Eilanden, maar tegen het eind van de eeuw nam deze allengs af. In feite werd de Oosterkerk gebouwd in een periode waarin (de voorloper van) ons land met aardig wat problemen te maken kreeg.

Dat het roerige tijden waren, blijkt uit dit schilderij van Jan Asselijn (1610 -1652), De bedreigde zwaan, dat later ook wel werd opgevat als een allegorie op Johan de Witt die het land verdedigt tegen zijn vijanden (Eregalerie van het Rijksmuseum te Amsterdam)

Eén jaar na de oplevering van de kerk en de oorspronkelijke ramen werd in april 1672 de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aangevallen door Frankrijk, Engeland én de bisdommen Münster en Keulen. Het was het begin van de Hollandse Oorlog die uiteindelijk zeven jaar zou duren. Tot overmaat van ramp vond een paar maanden na het begin van de oorlog ook nog eens een staatsgreep plaats. Op 20 augustus 1672 werden de staatsgezinde raadspensionaris Johan de Witt en diens broer Cornelis in Den Haag door een woedende meute prinsgezinden vermoord.

Het was de tijd waarin ‘het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos’ was en dit alles luidde, mede door de enorm hoge kosten van alle militaire verrichtingen, het einde van de Gouden Eeuw in.

Gevolgen voor de brandschilderkunst

Het Rampjaar en de roerige periode die daarop volgde hadden op tal van vlakken hun neerslag op de Republiek. Dat is ook af te zien aan de brandschilderingen in de Amsterdamse Oosterkerk. Door de afnemende welvaart was er minder geld beschikbaar voor (glasschilder)kunst en voor het behoud daarvan. Glaesescrivers (glasschilders) en vakbekwame ambachtslieden die tot dan toe met hun metier moeiteloos de kost hadden verdiend gingen failliet en trokken weg uit Nederland.

Toen ruim een eeuw na het Rampjaar ook nog eens de VOC werd opgeheven door Napoleon (1795) en de werkgelegenheid nog meer afnam, zochten de werkzoekende Eilanden-bewoners hun heil elders. De groei van steden die in de Gouden Eeuw de dienst hadden uitgemaakt, begon in de achttiende eeuw sowieso te stagneren en de Eilanden verkrotten. Noodzakelijke reparaties aan de ramen in de kerk werden ook daarna onnauwkeurig gedaan of bleven uit, met alle gevolgen van dien voor de huidige staat van de oorspronkelijke Wapen van Amsterdam-schilderingen. In beide ramen zitten ruim honderd breuklijnen, sommige ruiten zijn weinig professioneel nageschilderd en onder de leeuwenkop rechts is een van de ruitjes simpelweg vervangen door eentje dat identiek is aan het ruitje ernaast.

Een van de originele glas-in-loodramen, met een vervangend ruitje dat nagenoeg identiek is aan het ruitje ernaast

De Oosterkerk zelf bleef intussen intact en ruim twee eeuwen na de oplevering behoorden onder meer Vincent van Gogh en Abraham Kuyper, predikant en oprichter van de eerste politieke partij in Nederland, de ARP, tot de kerkgangers van de Oosterkerk. Zij hebben tegen eind van de negentiende eeuw de originele brandschilderingen dus nog ter plekke mogen aanschouwen en wie weet hebben ze er zich in hun werk wel door laten inspireren.

De remake

De link met de belangwekkende historische gebeurtenissen die zich afspeelden in de tijd waarin deze brandschilderingen zijn gemaakt, vormde de eerste aanleiding om dit Wapen van Amsterdam in zijn oude grandeur te herstellen. Maar ook de imposante leeuwenkoppen op de oorspronkelijke ramen nodigden daartoe uit. Twee woest brullende leeuwen aan de wieg van een natie die zichzelf nog maar net had uitgevonden en nu met de naweeën daarvan werd geconfronteerd: kan het symbolischer? Vaak worden de leeuwen in de stadswapens van Amsterdam gestileerd en soms zelfs lieflijk afgebeeld. Hier is dat allesbehalve het geval. De felheid straalt van de koppen af – en ook dat lijkt uitstekend te passen in een Gouden Eeuw die zijn beste tijd had gehad.

De remake is met veel aandacht voor detail uitgevoerd. Om een goed beeld van het raam en zijn context te krijgen, werden verschillende wetenschappelijke bronnen geraadpleegd. Ook is er met meerdere deskundigen gesproken en gaf het Rijksmuseum toestemming om in zijn goed beveiligde museumdepot de originelen te komen bestuderen en op foto vast te leggen.

Een afbeelding van een woeste leeuwenkop met een deel van een kroon gemaakt met de techniek van brandschilderen | door glasatelier ruud harberts
Voorstudie met contour, grisaille en zilvergeel op glas van een van de woeste leeuwenkoppen en een deel van de kroon.

Na deze grondige voorbereiding werd van het oorspronkelijke Wapen van Amsterdam een reconstructie gemaakt in de vorm van een werktekening op ware grootte. Op dit zogeheten carton is, verdeeld over 42 ruitjes, de brandschildering in zijn geheel en op ware grootte afgebeeld. Aan de hand hiervan werden nieuwe ruitjes gesneden, in vele lagen gebrandschilderd en in het lood gezet. Met als uiteindelijk resultaat deze unieke replica van dit bijna verloren gegane symbool van de stad Amsterdam.

In beeld

Hieronder een foto-reportage over Het Wapen van Amsterdam.

Video’s van het maken van het raam zijn te vinden op de pagina brandschilderen, waar de techniek van het brandschilderen kort wordt toegelicht.

De gebrandschilderde poot in het nieuwe raam
Een meerdere keren herstelde gebrandschilderde leeuwenpoot uit een van de oorspronkelijke ramen